Vandaag gaan we de derde dag in van het Gent Jazz Festival –hoog tijd dus om dag 1 én dag 2 even snel te overlopen.

Festivalopener, het Nathan Daems Quartet, mocht iedereen aangenaam verrassen met een bijzonder boeiende en afwisselende set. Daems bevestigde zich al leider, en Fulco Ottervanger voegde een psychedelische toets toe aan de sound.
Michel Portal bracht voor zijn Bailador een supercast mee, en speelde een live uitvoering die het reeds enthousiast onthaalde album geheel overklaste. De spotlight was weggelegd voor trompettist Ambrose Akinmusire die, in weerwil van zijn schier onuitspreekbare naam, de drive van de groep vormde.
Headliner was jazzlegende Sonny Rollins. De man is vorige zomer 80 geworden — het verjaardagsfeestje waarop hij samen met Ornette Coleman speelt, werd vastgelegd, en komt binnenkort uit op cd — maar deze saxophone colossus beschikt nog over een longinhoud waar menig zwemmer jaloers op mag zijn. Hij geniet zichtbaar van het saxofoonblazen, en wist moeiteloos het publiek mee te krijgen.

Met Quartet Dal Cuore feat. Paolo Ghetti opende de jazzafdeling van het Hogent Conservatorium Gent dag twee van het festival. Een gemoedelijke set, die vooral bestond uit arrangementen van coach Paolo Ghetti, die de bas na een nummer of twee aan Lieven Van Pee doorgaf.
Al Foster / George Mraz Quartet feat. Fred Hersch: A Tribute to Joe Henderson stak het vuur aan de hardbop-lont met rechttoe-rechtane jazz van groot kaliber. Saxofonist Eli Degibri speelde met brio en ogenschijnlijk gemak door de tenorpartijen.
Hoogtepunt van de dag was het Dave Holland Quintet, dat een iets gedurfdere versie van jazz inzette. De nadruk lag op de dynamiek, niet alleen in de inhoudelijk, maar ook in de manier waarop de muzikanten met elkaar communiceerden. Het publiek stelde hun elan duidelijk op prijs en beloonde de muzikanten met een staande ovatie.

Al Di Meola speelde als jonge snaak met Chick Corea’s Return to Forever, maar werd beroemd door het legendarische album Friday Night in San Francisco, waarin hij speelt aan de zijde van John McLaughlin en Paco de Lucía. De virtuositeit van Di Meola is duizelingwekkend, maar in duo met pianist Gonzalo Rubalcaba kwamen er ook wat rustiger stukken.