Ornette Coleman
band

Ornette Coleman (altsaxofoon, trompet, viool), Denardo Coleman (drums), Tony Falanga (bas), All MacDowell (bas)

In de nadagen van zijn carrière beleeft de 80-jarige jazzsaxofonist Ornette Coleman nog prachtige momenten. De jongste jaren gaf deze grote vernieuwer van de jazz nog meeslepende concerten. De man met de witte saxofoon blaast nog steeds onvergetelijke muziek.

Hij groeide op in Forth Worth, Texas, en verwierf zijn vaardigheden als teenager met ruige rhythm and blues en ook wat bebop. Vroege inspiratie kwam van folkblues en hillbillymuziek alsook van Texaanse saxofonisten. Hij kreeg toen al zijn deel van het onbegrip en niet alleen om racistische redenen. Om zijn ongewone speelwijze werd hij zelfs een keer gemolesteerd en werd zijn saxofoon stuk geslagen. Hij settelde zich in Los Angeles en leerde er zichzelf meer over moderne jazz en harmonie. In de late jaren vijftig werkte hij geregeld met trompettist Don Cherry, bassist Charlie Haden en drummer Billy Higgins of zijn eerste grote kwartet. Hun opnamen veroorzaakten heel wat controverse, maar hij zette door en ontwikkelde een nieuwe jazztaal, weg van de heersende bebop. Platen als The Shape Of Jazz To Come en Change of the Century gaven de richting aan, waarbij meer op basis van de melodische lijn dan op de onderliggende harmonie wordt geïmproviseerd.

Pianist Paul Bley, die ook nog een tijd met Coleman speelde, noemde het de ‘missing link’ tussen bebop en de vrije jazz van de jaren zestig. Opvallend waren de flitsende melodieën, de doordringende toon en het schijnbaar primitieve samenspel, waarbij geen vooraf vastgelegde akkoordenschema’s golden. Als je vandaag naar die opnamen op het Atlantic-label uit 1959 tot 1961 luistert, kun je moeilijk geloven dat de swingende ritmesectie in combinatie met Colemans en Cherry's lyrische lijnen zo polariserend konden zijn. Daar zijn ook enkele klassiekers bij zoals ‘Lonely Woman’, ‘Una Muy Bonita’, ‘Turnaround’ en ‘Ramblin’, die mijlpalen werden van een nieuw type jazz.

In de jaren zestig, na een periode van rust, vormde hij een trio met bas en drums en begon hij ook trompet en viool te spelen. Later vormde hij met saxofonist Dewey Redman een kwartet, waarin ook zijn zoon Denardo Coleman op drums speelde. Denardo is tot vandaag zijn manager en muzikale vennoot. Coleman begon ook ambitieuze werken te schrijven voor strijkers- en kamerensembles (‘Skies of America’), speelde met de Marokkaanse meester-muzikanten van Jajouka en vormde een elektrische fusionband Prime Time. Hij componeerde ook muziek voor de film ‘The Naked Lunch’. Toen begon hij ook over zijn muziektheorie Harmolodics te praten. 'Harmolodics' is een synthese van harmonie, beweging en melodie. Niemand begrijpt het echt goed. Tenzij Coleman zelf. Zijn invloed reikt ver voorbij de jazz - The Stooges, MC5, Patti Smith en Lou Reed en Velvet Underground zijn zelfverklaarde fans.
Sommigen noemen hem de ‘Samuel Beckett van de jazz’.

In 2007 gaf hij nog een weergaloos concert op Jazz Middelheim. Daar zei hij: “If you follow the sound, we’ll be all in the same room.” Wat toen ook gebeurde.